Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
wakker worden
Hij is net wakker geworden.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
voeden
De kinderen voeden het paard.
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?