Woordenlijst
Afrikaans – Werkwoorden oefenen
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
vertellen
Ze vertelt haar een geheim.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
wonen
Ze wonen in een gedeeld appartement.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.