Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
verder gaan
Je kunt op dit punt niet verder gaan.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.