Woordenlijst
Duits – Werkwoorden oefenen
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
out-of-the-box denken
Om succesvol te zijn, moet je soms out-of-the-box denken.
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
activeren
De rook activeerde het alarm.