Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
zien
Je kunt beter zien met een bril.
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.