Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
trainen
De hond wordt door haar getraind.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
horen
Ik kan je niet horen!
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
genieten
Ze geniet van het leven.
slaan
Ze slaat de bal over het net.