Woordenlijst
Portugees (PT) – Werkwoorden oefenen
klinken
Haar stem klinkt fantastisch.
eten
De kippen eten de granen.
rennen
De atleet rent.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
stoppen
De agente stopt de auto.
zingen
De kinderen zingen een lied.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.