Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
verhuizen
De buurman verhuist.
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
eten
De kippen eten de granen.
terugkrijgen
Ik kreeg het wisselgeld terug.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.