Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
sparen
Mijn kinderen hebben hun eigen geld gespaard.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
eisen
Hij eist compensatie.
leiden
Hij leidt graag een team.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
drinken
Ze drinkt thee.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.