Woordenlijst
Italiaans – Werkwoorden oefenen
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
slapen
De baby slaapt.
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?