Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
leave open
Whoever leaves the windows open invites burglars!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
avoid
He needs to avoid nuts.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
summarize
You need to summarize the key points from this text.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
drive home
After shopping, the two drive home.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
hit
She hits the ball over the net.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
mix
The painter mixes the colors.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
introduce
He is introducing his new girlfriend to his parents.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
wake up
The alarm clock wakes her up at 10 a.m.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
send
The goods will be sent to me in a package.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
deliver
The delivery person is bringing the food.
brengen
De bezorger brengt het eten.
set
The date is being set.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.