Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
visit
An old friend visits her.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
discuss
The colleagues discuss the problem.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
get out
She gets out of the car.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
fight
The athletes fight against each other.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
publish
The publisher has published many books.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
examine
Blood samples are examined in this lab.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
hug
He hugs his old father.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
burn
He burned a match.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
leave open
Whoever leaves the windows open invites burglars!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
quit
I want to quit smoking starting now!
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
sort
He likes sorting his stamps.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.