Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/66441956.webp
aufschreiben
Du musst dir das Passwort aufschreiben!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/99392849.webp
entfernen
Wie kann man einen Rotweinfleck entfernen?
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
cms/verbs-webp/132305688.webp
verschwenden
Man sollte Energie nicht verschwenden.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
cms/verbs-webp/114993311.webp
sehen
Durch eine Brille kann man besser sehen.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
cms/verbs-webp/61389443.webp
liegen
Die Kinder liegen zusammen im Gras.
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
cms/verbs-webp/108118259.webp
entfallen
Ihr ist jetzt sein Name entfallen.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
cms/verbs-webp/59121211.webp
klingeln
Wer hat an der Tür geklingelt?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?
cms/verbs-webp/106608640.webp
verwenden
Schon kleine Kinder verwenden Tablets.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
cms/verbs-webp/105854154.webp
begrenzen
Zäune begrenzen unsere Freiheit.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
cms/verbs-webp/123213401.webp
hassen
Die beiden Jungen hassen sich.
haten
De twee jongens haten elkaar.
cms/verbs-webp/67232565.webp
sich einigen
Die Nachbarn konnten sich bei der Farbe nicht einigen.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
cms/verbs-webp/89516822.webp
bestrafen
Sie bestrafte ihre Tochter.
straffen
Ze strafte haar dochter.