Woordenlijst

Leer werkwoorden – Slovaaks

cms/verbs-webp/40946954.webp
triediť
Rád triedi svoje známky.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
cms/verbs-webp/111615154.webp
odviezť
Mama odviezla dcéru domov.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
cms/verbs-webp/106279322.webp
cestovať
Radi cestujeme po Európe.
reizen
We reizen graag door Europa.
cms/verbs-webp/105934977.webp
generovať
Elektrinu generujeme vetrom a slnečným svetlom.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
cms/verbs-webp/96710497.webp
prevýšiť
Veľryby prevyšujú všetky zvieratá na váhe.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
cms/verbs-webp/93697965.webp
jazdiť
Autá jazdia v kruhu.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/106591766.webp
stačiť
Na obed mi stačí šalát.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
cms/verbs-webp/101765009.webp
sprevádzať
Pes ich sprevádza.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
cms/verbs-webp/65840237.webp
posielať
Tovar mi bude poslaný v balíku.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
cms/verbs-webp/85871651.webp
potrebovať
Naozaj potrebujem dovolenku; musím ísť!
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
cms/verbs-webp/90773403.webp
sledovať
Môj pes ma sleduje, keď behám.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/111792187.webp
vybrať
Je ťažké vybrať ten správny.
kiezen
Het is moeilijk om de juiste te kiezen.