Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
pracovat pro
Tvrdě pracoval za své dobré známky.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
zastavit
Musíte zastavit na červenou.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
zrušit
Smlouva byla zrušena.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
zařídit
Moje dcera chce zařídit svůj byt.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
podávat
Číšník podává jídlo.
serveren
De ober serveert het eten.
zahnout
Můžete zahnout vlevo.
draaien
Je mag naar links draaien.
odeslat
Chce teď dopis odeslat.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
propustit
Šéf ho propustil.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
oženit se
Nezletilí se nesmějí oženit.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
způsobit
Příliš mnoho lidí rychle způsobí chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
vydržet
Těžko vydrží tu bolest!
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!