Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/853759.webp
rasprodati
Roba se rasprodaje.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
cms/verbs-webp/59552358.webp
upravljati
Tko upravlja novcem u vašoj obitelji?
beheren
Wie beheert het geld in jouw gezin?
cms/verbs-webp/61280800.webp
suzdržavati se
Ne mogu potrošiti previše novca; moram se suzdržavati.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
cms/verbs-webp/125402133.webp
dodirnuti
Nježno ju je dodirnuo.
aanraken
Hij raakte haar teder aan.
cms/verbs-webp/90773403.webp
pratiti
Moj pas me prati kad trčim.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/9435922.webp
približiti se
Puževi se približavaju jedno drugom.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
cms/verbs-webp/99207030.webp
stići
Avion je stigao na vrijeme.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.
cms/verbs-webp/119188213.webp
glasati
Glasaci danas glasaju o svojoj budućnosti.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
cms/verbs-webp/130938054.webp
prekriti
Dijete se prekriva.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
cms/verbs-webp/55788145.webp
prekriti
Dijete prekriva svoje uši.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
cms/verbs-webp/106515783.webp
uništiti
Tornado uništava mnoge kuće.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
cms/verbs-webp/128159501.webp
miješati
Razni sastojci trebaju se miješati.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.