Woordenlijst

Leer werkwoorden – Sloveens

cms/verbs-webp/118232218.webp
zaščititi
Otroke je treba zaščititi.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
cms/verbs-webp/57574620.webp
dostavljati
Naša hčerka med počitnicami dostavlja časopise.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
cms/verbs-webp/101630613.webp
preiskati
Vlomilec preiskuje hišo.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
cms/verbs-webp/123170033.webp
bankrotirati
Podjetje bo verjetno kmalu bankrotiralo.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
cms/verbs-webp/109071401.webp
objeti
Mati objame male nogice dojenčka.
omarmen
De moeder omarmt de kleine voetjes van de baby.
cms/verbs-webp/93947253.webp
umreti
V filmih umre veliko ljudi.
sterven
Veel mensen sterven in films.
cms/verbs-webp/46602585.webp
prevažati
Kolesa prevažamo na strehi avtomobila.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
cms/verbs-webp/107996282.webp
sklicevati
Učitelj se sklicuje na primer na tabli.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
cms/verbs-webp/96668495.webp
tiskati
Knjige in časopisi se tiskajo.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
cms/verbs-webp/95938550.webp
vzeti s seboj
S seboj smo vzeli božično drevo.
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
cms/verbs-webp/96710497.webp
preseči
Kiti presegajo vse živali po teži.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
cms/verbs-webp/118780425.webp
poskusiti
Glavni kuhar poskusi juho.
proeven
De chef-kok proeft de soep.