Woordenlijst
Leer werkwoorden – Duits
treiben
Die Cowboys treiben das Vieh mit Pferden.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
praktizieren
Die Frau praktiziert Yoga.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
erkennen
Ich erkenne durch meine neue Brille alles genau.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.
auflesen
Wir müssen alle Äpfel auflesen.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
tanzen
Sie tanzen verliebt einen Tango.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
saufen
Die Kühe saufen Wasser am Fluss.
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
krankschreiben
Er muss sich vom Arzt krankschreiben lassen.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
austragen
Unsere Tochter trägt in den Ferien Zeitungen aus.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
beeinflussen
Lass dich nicht von anderen beeinflussen!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
genügen
Ein Salat genügt mir zum Mittagessen.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
abbiegen
Du darfst nach links abbiegen.
draaien
Je mag naar links draaien.