Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/111615154.webp
reveturi
La patrino reveturas la filinon hejmen.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
cms/verbs-webp/84365550.webp
transporti
La kamiono transportas la varojn.
vervoeren
De vrachtwagen vervoert de goederen.
cms/verbs-webp/12991232.webp
danki
Mi dankas vin multe pro tio!
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
cms/verbs-webp/102136622.webp
tiri
Li tiras la sledon.
trekken
Hij trekt de slee.
cms/verbs-webp/107299405.webp
demandi
Li demandas ŝin pri pardonado.
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
cms/verbs-webp/113415844.webp
forlasi
Multaj angloj volis forlasi la EU-on.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
cms/verbs-webp/87153988.webp
antaŭenigi
Ni bezonas antaŭenigi alternativojn al aŭtomobila trafiko.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
cms/verbs-webp/66787660.webp
pentri
Mi volas pentri mian apartamenton.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
cms/verbs-webp/124053323.webp
sendi
Li sendas leteron.
sturen
Hij stuurt een brief.
cms/verbs-webp/93697965.webp
veturi
La aŭtoj veturas cirklaŭe.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/118861770.webp
timi
La infano timas en la mallumo.
bang zijn
Het kind is bang in het donker.
cms/verbs-webp/123380041.webp
okazi al
Ĉu io okazis al li en la labora akcidento?
overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?