Woordenlijst
Lets – Werkwoorden oefenen
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
spellen
De kinderen leren spellen.
verdelen
Ze verdelen het huishoudelijk werk onder elkaar.