Woordenlijst
Chinees (vereenvoudigd) – Werkwoorden oefenen
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
kussen
Hij kust de baby.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
kijken
Ze kijkt door een gat.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
winnen
Hij probeert te winnen met schaken.