Woordenlijst
Servisch – Werkwoorden oefenen
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.
stoppen
De agente stopt de auto.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
overtuigen
Ze moet haar dochter vaak overtuigen om te eten.
recht hebben op
Ouderen hebben recht op een pensioen.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.