Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.