Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.