Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.