Woordenlijst
Japans – Werkwoorden oefenen
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
zoeken
Ik zoek paddenstoelen in de herfst.
bidden
Hij bidt in stilte.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
rennen
De atleet rent.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.