Woordenlijst
Urdu – Werkwoorden oefenen
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
toevoegen
Ze voegt wat melk toe aan de koffie.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
geïnteresseerd zijn
Ons kind is erg geïnteresseerd in muziek.