Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
repair
He wanted to repair the cable.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
return
The teacher returns the essays to the students.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
kick
In martial arts, you must be able to kick well.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
suggest
The woman suggests something to her friend.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
think along
You have to think along in card games.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
push
They push the man into the water.
duwen
Ze duwen de man het water in.
destroy
The files will be completely destroyed.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
happen to
Did something happen to him in the work accident?
overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
explain
She explains to him how the device works.
uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.
send off
She wants to send the letter off now.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
visit
She is visiting Paris.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.