Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
send off
This package will be sent off soon.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
endure
She can hardly endure the pain!
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
clean
She cleans the kitchen.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
prove
He wants to prove a mathematical formula.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
drive around
The cars drive around in a circle.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
burn
The meat must not burn on the grill.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
work
The motorcycle is broken; it no longer works.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
surprise
She surprised her parents with a gift.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
turn to
They turn to each other.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
become friends
The two have become friends.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
spell
The children are learning to spell.
spellen
De kinderen leren spellen.