Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/113136810.webp
send off
This package will be sent off soon.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
cms/verbs-webp/10206394.webp
endure
She can hardly endure the pain!
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
cms/verbs-webp/130288167.webp
clean
She cleans the kitchen.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
cms/verbs-webp/115172580.webp
prove
He wants to prove a mathematical formula.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
cms/verbs-webp/93697965.webp
drive around
The cars drive around in a circle.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/114052356.webp
burn
The meat must not burn on the grill.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
cms/verbs-webp/80552159.webp
work
The motorcycle is broken; it no longer works.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
cms/verbs-webp/125884035.webp
surprise
She surprised her parents with a gift.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
cms/verbs-webp/31726420.webp
turn to
They turn to each other.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
cms/verbs-webp/117421852.webp
become friends
The two have become friends.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
cms/verbs-webp/108295710.webp
spell
The children are learning to spell.
spellen
De kinderen leren spellen.
cms/verbs-webp/90287300.webp
ring
Do you hear the bell ringing?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?