Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/123953850.webp
retten
Die Ärzte konnten sein Leben retten.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
cms/verbs-webp/101742573.webp
bemalen
Sie hat ihre Hände bemalt.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
cms/verbs-webp/5135607.webp
ausziehen
Der Nachbar zieht aus.
verhuizen
De buurman verhuist.
cms/verbs-webp/78063066.webp
aufbewahren
Ich bewahre mein Geld in meinem Nachttisch auf.
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.
cms/verbs-webp/43100258.webp
zusammentreffen
Manchmal treffen sie im Treppenhaus zusammen.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
cms/verbs-webp/82669892.webp
hingehen
Wo geht ihr beide denn hin?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
cms/verbs-webp/99169546.webp
blicken
Alle blicken auf ihr Handy.
kijken
Iedereen kijkt naar hun telefoons.
cms/verbs-webp/108580022.webp
zurückkehren
Der Vater ist aus dem Krieg zurückgekehrt.
terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.
cms/verbs-webp/114272921.webp
treiben
Die Cowboys treiben das Vieh mit Pferden.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
cms/verbs-webp/34664790.webp
unterliegen
Der schwächere Hund unterliegt im Kampf.
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
cms/verbs-webp/61280800.webp
maßhalten
Ich darf nicht so viel Geld ausgeben, ich muss maßhalten.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
cms/verbs-webp/86196611.webp
totfahren
Leider werden noch immer viele Tiere von Autos totgefahren.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.