Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
burn
You shouldn’t burn money.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
chat
They chat with each other.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
import
We import fruit from many countries.
importeren
We importeren fruit uit veel landen.
go by train
I will go there by train.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
confirm
She could confirm the good news to her husband.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.
listen
She listens and hears a sound.
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
run over
Unfortunately, many animals are still run over by cars.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
think outside the box
To be successful, you have to think outside the box sometimes.
out-of-the-box denken
Om succesvol te zijn, moet je soms out-of-the-box denken.
look
She looks through a hole.
kijken
Ze kijkt door een gat.
jump
He jumped into the water.
springen
Hij sprong in het water.
damage
Two cars were damaged in the accident.
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.