Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/41918279.webp
run away
Our son wanted to run away from home.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
cms/verbs-webp/104849232.webp
give birth
She will give birth soon.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
cms/verbs-webp/87153988.webp
promote
We need to promote alternatives to car traffic.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
cms/verbs-webp/1502512.webp
read
I can’t read without glasses.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
cms/verbs-webp/4553290.webp
enter
The ship is entering the harbor.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
cms/verbs-webp/115291399.webp
want
He wants too much!
willen
Hij wil te veel!
cms/verbs-webp/115847180.webp
help
Everyone helps set up the tent.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
cms/verbs-webp/31726420.webp
turn to
They turn to each other.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
cms/verbs-webp/119379907.webp
guess
You have to guess who I am!
raden
Je moet raden wie ik ben!
cms/verbs-webp/104818122.webp
repair
He wanted to repair the cable.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/79317407.webp
command
He commands his dog.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
cms/verbs-webp/108580022.webp
return
The father has returned from the war.
terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.