Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/83548990.webp
returnere
Boomerangen returnerte.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
cms/verbs-webp/109157162.webp
komme lett
Surfing kommer lett for ham.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.
cms/verbs-webp/119302514.webp
ringe
Jenta ringer vennen sin.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.
cms/verbs-webp/117491447.webp
avhenge av
Han er blind og avhenger av ekstern hjelp.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
cms/verbs-webp/124053323.webp
sende
Han sender et brev.
sturen
Hij stuurt een brief.
cms/verbs-webp/34567067.webp
søke etter
Politiet søker etter gjerningsmannen.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
cms/verbs-webp/110347738.webp
glede
Målet gleder de tyske fotballfansene.
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.
cms/verbs-webp/111892658.webp
levere
Han leverer pizzaer til hjem.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
cms/verbs-webp/119520659.webp
nevne
Hvor mange ganger må jeg nevne denne argumentasjonen?
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
cms/verbs-webp/90773403.webp
følge
Hunden min følger meg når jeg jogger.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/92612369.webp
parkere
Syklene er parkert foran huset.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
cms/verbs-webp/55269029.webp
bomme
Han bommet på spikeren og skadet seg selv.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.