Woordenlijst
Leer werkwoorden – Sloveens
miniti
Srednji vek je minil.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
povezati
Ta most povezuje dve soseski.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
odložiti
Vsak mesec želim odložiti nekaj denarja za kasneje.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
narediti
To bi moral narediti že pred uro!
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
odpustiti
Moj šef me je odpustil.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
ustvarjati
Elektriko ustvarjamo z vetrom in sončno svetlobo.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
misliti
Koga misliš, da je močnejši?
denken
Wie denk je dat sterker is?
ustvariti
Kdo je ustvaril Zemljo?
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
odpustiti
Šef ga je odpustil.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
navaditi se
Otroci se morajo navaditi čiščenja zob.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
iti naprej
Na tej točki ne moreš iti naprej.
verder gaan
Je kunt op dit punt niet verder gaan.