Woordenlijst
Leer werkwoorden – Portugees (BR)
esperar ansiosamente
As crianças sempre esperam ansiosamente pela neve.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
causar
O açúcar causa muitas doenças.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
acompanhar o raciocínio
Você tem que acompanhar o raciocínio em jogos de cartas.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
escrever
Ele está escrevendo uma carta.
schrijven
Hij schrijft een brief.
perder
O homem perdeu seu trem.
missen
De man heeft zijn trein gemist.
pintar
Ela pintou suas mãos.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
noivar
Eles secretamente ficaram noivos!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
sentar
Muitas pessoas estão sentadas na sala.
zitten
Er zitten veel mensen in de kamer.
acontecer
Coisas estranhas acontecem em sonhos.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
mudar-se
O vizinho está se mudando.
verhuizen
De buurman verhuist.
limpar
O trabalhador está limpando a janela.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.