Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/49374196.webp
ontslaan
My baas het my ontslaan.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
cms/verbs-webp/125402133.webp
raak
Hy het haar teer aangeraak.
aanraken
Hij raakte haar teder aan.
cms/verbs-webp/81885081.webp
brand
Hy het ’n lucifer gebrand.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
cms/verbs-webp/75281875.webp
versorg
Ons opsigter sorg vir sneeuverwydering.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
cms/verbs-webp/109766229.webp
voel
Hy voel dikwels alleen.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
cms/verbs-webp/120900153.webp
buite gaan
Die kinders wil uiteindelik buite gaan.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
cms/verbs-webp/68212972.webp
opstaan en praat
Wie iets weet, mag in die klas opstaan en praat.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
cms/verbs-webp/119335162.webp
beweeg
Dit is gesond om baie te beweeg.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
cms/verbs-webp/97119641.webp
verf
Die motor word blou geverf.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
cms/verbs-webp/93031355.webp
waag
Ek waag nie om in die water te spring nie.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
cms/verbs-webp/122290319.webp
opsy sit
Ek wil elke maand ’n bietjie geld opsy sit vir later.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
cms/verbs-webp/84850955.webp
verander
Baie het verander as gevolg van klimaatsverandering.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.