Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/129235808.webp
horchen
Er horcht gerne am Bauch seiner schwangeren Frau.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
cms/verbs-webp/80060417.webp
wegfahren
Sie fährt mit ihrem Wagen weg.
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.
cms/verbs-webp/106515783.webp
zerstören
Der Tornado zerstört viele Häuser.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
cms/verbs-webp/119847349.webp
hören
Ich kann dich nicht hören!
horen
Ik kan je niet horen!
cms/verbs-webp/43956783.webp
entlaufen
Unsere Katze ist entlaufen.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
cms/verbs-webp/120282615.webp
investieren
In was sollen wir unser Geld investieren?
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
cms/verbs-webp/106608640.webp
verwenden
Schon kleine Kinder verwenden Tablets.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
cms/verbs-webp/75195383.webp
sein
Du sollst doch nicht traurig sein!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
cms/verbs-webp/83548990.webp
zurückkommen
Der Bumerang kam zurück.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
cms/verbs-webp/49853662.webp
vollschreiben
Die Künstler haben die ganze Wand vollgeschrieben.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
cms/verbs-webp/129945570.webp
erwidern
Sie erwiderte mit einer Frage.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
cms/verbs-webp/47802599.webp
vorziehen
Viele Kinder ziehen gesunden Sachen Süßigkeiten vor.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.