Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/86215362.webp
versenden
Dieses Unternehmen versendet Waren in alle Welt.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
cms/verbs-webp/114052356.webp
verbrennen
Das Fleisch darf nicht auf dem Grill verbrennen!
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
cms/verbs-webp/93393807.webp
geschehen
Im Traum geschehen komische Dinge.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
cms/verbs-webp/100565199.webp
frühstücken
Wir frühstücken am liebsten im Bett.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
cms/verbs-webp/70864457.webp
ausliefern
Der Bote liefert das Essen aus.
brengen
De bezorger brengt het eten.
cms/verbs-webp/93947253.webp
sterben
In Filmen sterben viele Menschen.
sterven
Veel mensen sterven in films.
cms/verbs-webp/106682030.webp
wiederfinden
Nach dem Umzug konnte ich meinen Pass nicht wiederfinden.
terugvinden
Na de verhuizing kon ik mijn paspoort niet meer terugvinden.
cms/verbs-webp/90643537.webp
singen
Die Kinder singen ein Lied.
zingen
De kinderen zingen een lied.
cms/verbs-webp/78973375.webp
krankschreiben
Er muss sich vom Arzt krankschreiben lassen.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
cms/verbs-webp/89869215.webp
kicken
Sie kicken gern, aber nur beim Tischfußball.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
cms/verbs-webp/63935931.webp
wenden
Sie wendet das Fleisch.
draaien
Ze draait het vlees.
cms/verbs-webp/77581051.webp
bieten
Was bietet ihr mir für meinen Fisch?
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?