Woordeskat

Leer Werkwoorde – Nederlands

cms/verbs-webp/55128549.webp
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
gooi
Hy gooi die bal in die mandjie.
cms/verbs-webp/113248427.webp
winnen
Hij probeert te winnen met schaken.
wen
Hy probeer om by skaak te wen.
cms/verbs-webp/99455547.webp
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
aanvaar
Sommige mense wil nie die waarheid aanvaar nie.
cms/verbs-webp/118483894.webp
genieten
Ze geniet van het leven.
geniet
Sy geniet die lewe.
cms/verbs-webp/54608740.webp
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
uittrek
Onkruid moet uitgetrek word.
cms/verbs-webp/90287300.webp
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
lui
Hoor jy die klok lui?
cms/verbs-webp/59066378.webp
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
let op
’n Mens moet op die verkeerstekens let.
cms/verbs-webp/130770778.webp
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
reis
Hy hou daarvan om te reis en het baie lande gesien.
cms/verbs-webp/128644230.webp
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
hernu
Die skilder wil die muurkleur hernu.
cms/verbs-webp/91442777.webp
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
trap op
Ek kan nie met hierdie voet op die grond trap nie.
cms/verbs-webp/119952533.webp
smaken
Dit smaakt echt goed!
proe
Dit proe regtig lekker!
cms/verbs-webp/106591766.webp
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
genoeg wees
’n Slaai is vir my genoeg vir middagete.