Vortprovizo

Lernu Verbojn – nederlanda

cms/verbs-webp/123213401.webp
haten
De twee jongens haten elkaar.
malami
La du knaboj malamas unu la alian.
cms/verbs-webp/117490230.webp
bestellen
Ze bestelt ontbijt voor zichzelf.
mendi
Ŝi mendas matenmanĝon por si.
cms/verbs-webp/115628089.webp
bereiden
Ze bereidt een taart.
prepari
Ŝi preparas kukon.
cms/verbs-webp/73880931.webp
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
purigi
La laboristo purigas la fenestron.
cms/verbs-webp/92612369.webp
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
parki
La bicikloj estas parkitaj antaŭ la domo.
cms/verbs-webp/10206394.webp
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
elteni
Ŝi apenaŭ povas elteni la doloron!
cms/verbs-webp/117897276.webp
ontvangen
Hij ontving een loonsverhoging van zijn baas.
ricevi
Li ricevis salajralton de sia ĉefo.
cms/verbs-webp/119895004.webp
schrijven
Hij schrijft een brief.
skribi
Li skribas leteron.
cms/verbs-webp/122010524.webp
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
entrepreni
Mi entreprenis multajn vojaĝojn.
cms/verbs-webp/110045269.webp
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
kompletigi
Li kompletigas sian ĵogadon ĉiutage.
cms/verbs-webp/111750395.webp
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
reiri
Li ne povas reiri sole.
cms/verbs-webp/93393807.webp
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
okazi
Strangaj aferoj okazas en sonĝoj.