Woordenlijst
Leer werkwoorden – Esperanto
forlasi
Ili akcidente forlasis sian infanon ĉe la stacidomo.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
detranchi
La formoj devas esti detranchitaj.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
vojaĝi
Li ŝatas vojaĝi kaj vidis multajn landojn.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
elpremi
Ŝi elpremas la citronon.
uitknijpen
Ze knijpt de citroen uit.
malfermi
Kiu malfermas la fenestrojn invitas ŝtelistojn!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
krei
Kiu kreis la Teron?
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
detranchi
Por la salato, vi devas detranchi la kukumon.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
fortigi
Gimnastiko fortigas la muskolojn.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
malfermi
La infano malfermas sian donacon.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
komenci
Nova vivo komencas kun edziĝo.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
konservi
Vi povas konservi la monon.
houden
Je mag het geld houden.