Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/71991676.webp
forlasi
Ili akcidente forlasis sian infanon ĉe la stacidomo.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
cms/verbs-webp/78309507.webp
detranchi
La formoj devas esti detranchitaj.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
cms/verbs-webp/130770778.webp
vojaĝi
Li ŝatas vojaĝi kaj vidis multajn landojn.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
cms/verbs-webp/15353268.webp
elpremi
Ŝi elpremas la citronon.
uitknijpen
Ze knijpt de citroen uit.
cms/verbs-webp/68561700.webp
malfermi
Kiu malfermas la fenestrojn invitas ŝtelistojn!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
cms/verbs-webp/61826744.webp
krei
Kiu kreis la Teron?
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
cms/verbs-webp/121264910.webp
detranchi
Por la salato, vi devas detranchi la kukumon.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
cms/verbs-webp/121928809.webp
fortigi
Gimnastiko fortigas la muskolojn.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
cms/verbs-webp/74119884.webp
malfermi
La infano malfermas sian donacon.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
cms/verbs-webp/35862456.webp
komenci
Nova vivo komencas kun edziĝo.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
cms/verbs-webp/119289508.webp
konservi
Vi povas konservi la monon.
houden
Je mag het geld houden.
cms/verbs-webp/109157162.webp
fariĝi facila
Surfado fariĝas facila por li.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.