Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/118064351.webp
unngå
Han må unngå nøtter.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
cms/verbs-webp/41019722.webp
kjøre hjem
Etter shopping kjører de to hjem.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
cms/verbs-webp/116932657.webp
motta
Han mottar en god pensjon i alderdommen.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/94796902.webp
finne veien tilbake
Jeg kan ikke finne veien tilbake.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
cms/verbs-webp/105934977.webp
produsere
Vi produserer strøm med vind og sollys.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
cms/verbs-webp/33463741.webp
åpne
Kan du åpne denne boksen for meg?
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
cms/verbs-webp/61162540.webp
utløse
Røyken utløste alarmen.
activeren
De rook activeerde het alarm.
cms/verbs-webp/55269029.webp
bomme
Han bommet på spikeren og skadet seg selv.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
cms/verbs-webp/127720613.webp
savne
Han savner kjæresten sin mye.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
cms/verbs-webp/91997551.webp
forstå
Man kan ikke forstå alt om datamaskiner.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/74908730.webp
forårsake
For mange mennesker forårsaker raskt kaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
cms/verbs-webp/89635850.webp
ringe
Hun tok opp telefonen og ringte nummeret.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.