Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/125088246.webp
nachahmen
Das Kind ahmt ein Flugzeug nach.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
cms/verbs-webp/116166076.webp
zahlen
Sie zahlt im Internet mit einer Kreditkarte.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
cms/verbs-webp/99455547.webp
wahrhaben
Manche Menschen möchten die Wahrheit nicht wahrhaben.
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
cms/verbs-webp/113248427.webp
gewinnen
Er versucht, im Schach zu gewinnen.
winnen
Hij probeert te winnen met schaken.
cms/verbs-webp/19351700.webp
bereitstellen
Man stellt den Urlaubern Strandkörbe bereit.
voorzien
Strandstoelen worden voor de vakantiegangers voorzien.
cms/verbs-webp/112444566.webp
ansprechen
Man sollte ihn ansprechen, er ist so einsam.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
cms/verbs-webp/51465029.webp
nachgehen
Die Uhr geht ein paar Minuten nach.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
cms/verbs-webp/106088706.webp
aufstehen
Sie kann nicht mehr allein aufstehen.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
cms/verbs-webp/109766229.webp
sich fühlen
Er fühlt sich oft allein.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
cms/verbs-webp/129235808.webp
horchen
Er horcht gerne am Bauch seiner schwangeren Frau.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
cms/verbs-webp/15353268.webp
ausdrücken
Sie drückt die Zitrone aus.
uitknijpen
Ze knijpt de citroen uit.
cms/verbs-webp/79201834.webp
verbinden
Diese Brücke verbindet zwei Stadtteile.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.