Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/86215362.webp
stuur
Hierdie maatskappy stuur goedere regoor die wêreld.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
cms/verbs-webp/44159270.webp
teruggee
Die onderwyser gee die opstelle terug aan die studente.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
cms/verbs-webp/120900153.webp
buite gaan
Die kinders wil uiteindelik buite gaan.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
cms/verbs-webp/106088706.webp
staan op
Sy kan nie meer op haar eie staan nie.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
cms/verbs-webp/81025050.webp
veg
Die atlete veg teen mekaar.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/117491447.webp
hang af
Hy is blind en hang af van buite hulp.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
cms/verbs-webp/115847180.webp
help
Almal help om die tent op te slaan.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
cms/verbs-webp/108991637.webp
vermy
Sy vermy haar kollega.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
cms/verbs-webp/122789548.webp
gee
Wat het haar kêrel vir haar vir haar verjaardag gegee?
geven
Wat heeft haar vriend haar voor haar verjaardag gegeven?
cms/verbs-webp/123170033.webp
bankrot gaan
Die besigheid sal waarskynlik binnekort bankrot gaan.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
cms/verbs-webp/125319888.webp
bedek
Sy bedek haar hare.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
cms/verbs-webp/128159501.webp
meng
Verskeie bestanddele moet gemeng word.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.