Woordenlijst
Frans – Bijwoordenoefening
half
Het glas is half leeg.
samen
De twee spelen graag samen.
nooit
Men moet nooit opgeven.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
nu
Moet ik hem nu bellen?
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
niet
Ik hou niet van de cactus.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
erg
Het kind is erg hongerig.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
echt
Kan ik dat echt geloven?