Woordenlijst
Servisch – Bijwoordenoefening
al
Het huis is al verkocht.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
daar
Het doel is daar.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
bijna
De tank is bijna leeg.
samen
De twee spelen graag samen.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
net
Ze is net wakker geworden.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
bijna
Ik raakte bijna!