Woordenlijst
Engels (US) – Bijwoordenoefening
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
half
Het glas is half leeg.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
al
Hij slaapt al.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
samen
De twee spelen graag samen.
echt
Kan ik dat echt geloven?
al
Het huis is al verkocht.
bijna
De tank is bijna leeg.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.