Woordenlijst
Duits – Bijwoordenoefening
samen
De twee spelen graag samen.
buiten
We eten vandaag buiten.
echt
Kan ik dat echt geloven?
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
bijna
Het is bijna middernacht.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.