Woordenlijst
Thai – Bijwoordenoefening
altijd
Hier was altijd een meer.
erg
Het kind is erg hongerig.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
al
Het huis is al verkocht.
gratis
Zonne-energie is gratis.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.