Woordenlijst
Afrikaans – Bijwoordenoefening
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
half
Het glas is half leeg.
daar
Het doel is daar.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
gisteren
Het regende hard gisteren.